Bijzondere Expeditiecruises Naar Bijzondere Bestemmingen

Terug

Meer over de keizerspinguïn

De keizerspinguïn is de grootste van de pinguïns en de enige vogel die in de winter broedt, op het ijs. Deze soort kan tot een meter groot worden en meer dan 30 kilo wegen. Ze zijn nog groter en statiger dan de fel op hun gelijkende koningspinguïns.

Het broedseizoen van deze pinguïnsoort vangt aan in de periode maart/april. Keizerspinguïns leggen jaarlijks één ei. Nadat het vrouwtje het ei heeft gelegd, geeft ze het door aan het mannetje en trekt ze zelf zeewaarts op zoek naar voedsel. Het uitbroeden van het keizersei is de taak van het mannetje. Tijdens die periode dragen ze hun ei op de poten, beschermd onder een huidplooi. Ze hebben geen nest, maar broeden rechtopstaand op het ijs. In een grote groep weliswaar en dicht bij elkaar, om de koude te trotseren.

Jonge keizerspinguïns komen tijdens de Antarctische winter ter wereld, de ouders moeten een donkere en erg strenge wintertijd doorstaan voor de komst van hun kuiken. Eens de jongen ter wereld komen, zijn de ouders druk in de weer met het halen van voedsel in zee.

En ze verblijven lange tijd op zee. Op zoek naar voedsel, verplaatsen ze zich op grote drijvende ijsschotsen.
Keizerspinguïns leven vooral langs de kust van Antarctica en tijdens het broedseizoen ook op de nabijgelegen ijsvlaktes.