Bijzondere Expeditiecruises Naar Bijzondere Bestemmingen

Home > Reisverslagen > Falklands en South Georgia; uit het dagboek van - Vrijdag 16 februari 2007

Falklands en South Georgia; uit het dagboek van - Vrijdag 16 februari 2007

We varen langs de noordelijke eilanden van South Georgia. De eerste ijsberg is vanochtend rond zes uur gespot. Er is gistermiddag een wedstrijdlijst rondgegaan: wanneer zien we de eerste ijsberg zo groot als ons schip. Lengte- en breedtegraad moesten worden opgegeven. Vanavond bij het diner zal de uitslag worden bekend gemaakt.

Rond negen uur maken we onze eerste landing op South Georgia. Dit eiland is subantarctisch. Het is een paradijs voor beesten. Op een oppervlakte zo groot als Nederland wonen in het oude walvisvaarderdorp Grytviken zo’n twintig mensen, de rest is leeg. Gletsjers, bergen, sneeuw op hoogte, in de valleien gras. We landen op Salisbury Plain. Een “rookery” van koningspinguïns. We landen eigenlijk middenin de kolonie. Voor je het weet ben je omringd door honderden nieuwsgierige pinguïns. Prachtige beesten met hun gele vlekken op hun kop en hun oranje snavels. We lopen ieder voor zich door de grote kolonie. Mensen gaan zitten, liggen. Duizenden foto’s worden gemaakt. Er zijn dan ook duizenden pinguïns. Allemaal individuen. Hun vlekken en snavels zijn steeds anders van kleur. Ook hier weer veel pinguïns in de rui. Ze lopen in rijen achter elkaar aan. Ze tetteren met hun kop in de lucht. Ze lopen parmantig te showen. Het zijn overigens geen stoere mannetjes die zo nadrukkelijk als voetballers zwaar overdreven schokschouderend rondstappen. Het zijn vrouwtjes die mannetjes lopen te versieren. 

Op het kiezelstrand is het gewoon vol met koningspinguïns en zeehonden. De jonge zeehondjes spelen met elkaar. Ze proberen ons ook aan te vallen. Maar als je één keer boe roept, vluchten ze naar achteren. Aan het andere uiteinde van de baai is echt de broedplaats. Onafzichtelijke grote velden vol met pinguïns. Waar je oog maar kijkt zie je zwart, wit, geel en oranje. Er zouden meer dan 50.000 paartjes moeten zijn. Vlak voor ons zie je pinguïns hun kind voeren dat op hun poten staat. De kinderen zijn onooglijk grijze scharminkels. Er zijn ook wat oudere jonkies van bijna één jaar oud. Dat zijn hele dikke bruine pluizige proppen. Ze zien er raar uit. Wat de vervuiling (poep) en de stank betreft, valt het reuze mee. Ik vind het eigenlijk behoorlijk schoon. Ik had het veel viezer verwacht. Er liggen her en der ook wat dode pinguïns. Je kunt hun anatomie dan goed zien. De botjes van hun tenen, de kippenborst. Ik maak naast foto´s met mijn digitale camera ook stukjes film. O.a. van een moederpinguïn die haar kind voert uit haar strot. 

Na zo´n twee uur worden we door de Russische bemanning weer opgehaald van het strand met de zodiacs. Dankzij de rubber laarzen en de regenbroeken blijven we droog. Het heeft ook wel wat avontuurlijks. We moeten door de branding lopen en met onze kont op de rand van de zodiac springen. Vervolgens je benen naar binnen draaien om zo in de zodiac te komen. De Russen blazen ons daarna met het gas open naar het moederschip terug. Ze staan stoer rechtop of leunen met één bil tegen de buitenboordmotor. Tijdens de lunch vaart de Mikheev door naar Prion Island. Daar maken we de volgende landing.

Op Prion Island broedt de grootste albatrossoort; de Wandering albatross. Dankzij het rustige weer kunnen we er landen. Het is een lastige landing, dus bij een beetje wind kun je landen hier vergeten. We hebben geluk. Het baaitje is smal en klein. Het barst er van de seals. Met een roeispaan worden ze door Frits op afstand gehouden. In twee groepen van zo´n 20 man klimmen we de eerste duinenrij op. We klauteren tussen de hoge pollen gras door. Achter iedere pol ligt een seal. Ze blaffen brutaal naar ons. Ze grommen hun tanden bloot. In een lange sliert gaan we naar boven door -nog steeds- de regen.
Boven zitten de grote albatrossen op hun nesten. Omdat ze geen natuurlijke vijanden hebben, doen ze niks bij onraad. Dat is hun noodlot. Op vele eilanden overleven ze niet omdat mensen er ratten hebben gebracht.  Ondanks hun imposante gestalte (spanwijdte van hun vleugels is 3 meter) en hun grote snavel verdedigen ze hun nest niet. Ratten kunnen baby albatrossen dus gewoon doodbijten. De ouders herkennen het gevaar niet en doen dus niks. Onbegrijpelijk. Prion Island is gelukkig ratvrij en daarom overleven ze hier nog. 



Fotografie en tekst: Maarten van Rooij en Elma Voogt

Terug