Bijzondere Expeditiecruises Naar Bijzondere Bestemmingen

Home > Antarctica > Leuk om te weten> Dierenwereld

Dierenwereld

De zeeën rond Antarctica behoren tot de meest voedselrijke op aarde. Geen wonder dat we spreken van een rijke en gevarieerde dierenwereld.

Pinguïns
De pinguïn kan men omschrijven als de ‘mascotte' van Antarctica. Gekleed in hun grappige winterjas en klungelig lopend op zwemvliezen, zijn ze een feest om naar te kijken en stelen ze ieders hart. Pinguïns zijn uitstekende zwemmers en duikers, soms ‘vliegen' ze zelfs door het water, op zoek naar een heerlijke vismaaltijd. De Antarctische jager (skua), het zeeluipaard, walvissen en orka's zijn hun voornaamste vijanden.
Vier van de zeventien bestaande pinguïnsoorten leven op Antarctica:

Keizerspinguïn
De keizerspinguïn is de grootste der pinguïns en de enige vogel die in de winter broedt, op het ijs.
Deze soort kan tot een meter groot worden en meer dan 30 kilo wegen. Ze zijn nog groter en statiger dan de fel op hun gelijkende koningspinguïns (enkel te vinden op de Falklands en South Georgia).
Keizerspinguïns leggen jaarlijks één ei. Het uitbroeden van het keizersei is de taak van het mannetje. Tijdens die periode dragen ze hun ei op de poten, beschermd onder een huidplooi. Ze hebben geen nest, maar broeden rechtopstaand op het ijs.
Keizerspinguïns leven vooral langs de kust van Antarctica en tijdens het broedseizoen ook op de nabijgelegen ijsvlaktes. Op Snow Hill Island, aan de oostkust van het Antarctisch schiereiland, in de Weddellzee, werd recent een kolonie van maar liefst 4000 paar keizerspinguïns ontdekt!

Adéliepinguïn 
De adéliepinguïn is te herkennen aan zijn zwart-witte kleur en witte rand om de ogen. Adélies broeden op het vasteland, ze omringen hun nest met stenen. Af en toe worden er wel eens kiezels gestolen bij de buren, dan gaat het er heftig aan toe! Man en vrouw zorgen in beurtrol voor het uitbroeden van de 2 eieren. Hun voornaamste voedingsbron tijdens het broedseizoen is krill.
Adélies broeden op verschillende plaatsen langs de kust van Antarctica, de Weddellzee, de South Shetland Islands en in het gebied van de Ross Sea.

Kinbandpinguïn 
De kinband- of stormbandpinguïn is te herkennen aan de dunne zwarte streep onder zijn kin. Ze broeden in ijsvrije kustgebieden, bij voorkeur op sneeuwvrije rotshellingen. Net zoals bij de adélies hebben zowel man als vrouw hun bijdrage in het uitbroeden van de 2 gelegde eieren. Ze voeden ze zich eveneens met krill. De kuikens hebben een lichtgrijze kleur. Deze behoorlijk luidruchtige pinguïnsoort hoort thuis op het Antarctische schiereiland en de South Shetland Islands.

Ezelspinguïn
De ezelspinguïn draagt een typisch zwart-wit pak, heeft een witte band over de kop en een oranjerode snavel. Ook deze pinguïns houden van een rotsachtige ondergrond voor het bouwen van hun nest, maar ook op open kustvlaktes treft men ze wel eens aan. In vergelijking met andere soorten, zorgen ezelspinguïnouders lange tijd voor hun jongen. Deze soort spreidt zich voornamelijk over het Antarctische schiereiland maar komt ook voor op de sub-Antarctische eilanden als South Georgia en de Falklands en op de South Shetland Islands.

Walvissen
Walvissen, de grootste zoogdieren op onze planeet, verblijven tijdens de zuidelijke zomer in de Antarctische wateren. Ze doen zich tegoed aan een stevige portie krill en maken een vetvoorraad aan, om daarna weer terug te keren naar warmere oorden.
In met ijs bedekte gebieden zouden ze niet overleven, omdat ze aan het wateroppervlak moeten komen om te ademen. Men onderscheidt ballein- of baardwalvissen van tandwalvissen. Deze laatste zijn roofdieren, zoals de orka bijvoorbeeld, die als maaltijd een zeehond verkiest boven een ‘gewone' portie krill. Rondom Antarctica komen voornamelijk dwerg- en gewone vinvissen voor, en ook bultruggen. Met wat geluk heeft u een orka in het vizier.

Robben
Nieuwsgierig als ze zijn, komen ze graag een kijkje nemen bij de zodiacs. Of liggen ze liever lang uit te luieren op een ijsschots. Eén ding is zeker, robben en zeehonden zijn dé ijsspecialisten bij uitstek.
De meest voorkomende ‘rob- of otterachtigen' in het Antarctische gebied zijn:

Krabbeneter 
Te herkennen aan zijn lichtgrijze vacht. Het talrijkst vertegenwoordigd op Antarctica, leeft voornamelijk bij het schiereiland en in de omgeving van de Ross Sea.

Weddell- en rosszeehond
De weddellzeehond werd genoemd naar de Britse ontdekkingsreiziger James Weddell en is herkenbaar aan zijn gevlekte vacht . Brengt het ganse jaar door op de ijsvlaktes aan de Antarctische kusten.
De rosszeehond, met zijn donkere en zilvergrijze kleuren, leeft een stuk verder in het weidse dikke pakijs, nabij de Ross Sea.

Zeeluipaard 
Heeft patroon van luipaardvlekken op zijn huid, beweegt zich uiterst snel en heeft de reputatie agressief te zijn. Deze sluwe zuidpoolzeehond is de gevreesde vijand van pinguïns en jonge krabbeneters. De zeeluipaard leeft vnl. aan de rand van het pakijs.

Pelsrob en zeeolifant 
Tot deze familie behoren ook de walrus en de zeeleeuw, gekenmerkt door hun kleine oorschelpen en sterke flippers. Enkel te vinden op het wat minder koude schiereiland, overwinteren niet op Antarctica.

Vogels
Op en rond het Antarctisch continent leven tientallen vogelsoorten. Op de eilanden, of op rotswanden en hellingen. Vlakbij zee, waar ze hun voedsel vinden.
Een selectie van de meest geziene soorten tijdens een expeditietocht in het gebied:

Albatrossen 
grijskopalbatros, grote albatros, koningsalbatros en wenkbrauwalbatros

Stormvogels
blauwe stormvogel, grauwe pijlstormvogel, Kaapse duif, noordelijke reuzenstormvogel, prion, sneeuwstormvogel, wilsons stormvogeltje, witkinstormvogel, zuidelijke reuzenstormvogel en zwartbuikstormvogeltje zuidpoolkip, blauwoogaalscholver, kelpmeeuw, zuidpoolstern en zuidpooljager